Skip to Content

Persberichten

De ecopremie krijgt om budgettaire redenen geen verlenging in 2012. Deze zogenaamde ecopremie was vooral van toepassing op kleine dieselwagens en zorgde ervoor dat gebruikers van kleine stadswagentjes massaal overstapten op dieselwagens. Daarmee steeg de uitstoot van het schadelijke roet (fijn stof) en NOx in onze leefomgeving.

 

Ecopremie was een verkeerd signaal
Elke wagen die minder dan 105 gram CO2 uitstoot, komt in aanmerking voor een premie van 15% op de aankoopprijs van de wagen. Een wagen die minder dan 115 gram CO2 uitstoot komt ook in aanmerking voor een premie, maar dan bedraagt de premie slechts 3%. Het waren hoofdzakelijk kleine dieselwagens die aanspraak konden maken op de ecopremie. Studies door onder andere VAB toonden echter aan dat dieselwagens voor afstanden kleiner dan 25.000 km per jaar financieel niet voordelig waren. Daarenboven bleek dat dieselwagens op korte afstanden en in de stad veel meer verbruiken dan de constructeurs beweren. Dieselwagens in de stad zijn ook verantwoordelijk voor een onevenredig groot aandeel van roet en NOx in onze steden en gemeenten met alle gekende gevolgen voor de luchtkwaliteit en onze gezondheid.

Andere incentives voor milieuvriendelijke voertuigen
Vanaf 1 januari 2012 zal de ecopremie niet meer gelden bij de aankoop van een nieuwe wagen, een streep door de rekening van de handelaars die hoopten dat de ecopremie tot na het 'grote' Auto- en Motorsalon (eind januari 2012) zou blijven gelden. Aftredend premier Leterme heeft wel bevestigd dat wagens die al werden besteld in 2011 maar later worden afgeleverd, nog van de korting zouden kunnen genieten.

Komimo vraagt om geen nieuwe subsidiemaatregelen, zoals de ecopremie, meer in het leven te roepen. Incentives voor de aankoop van milieuvriendelijke wagens kunnen perfect via fiscale maatregelen, zoals de pas aangepaste belasting op inverkeerstelling (BIV) en de nog te hervormen verkeersbelasting.




Komimo, de koepel van duurzame mobiliteitsverenigingen, vindt het positief dat de Vlaamse regering het voorstel voor de nieuwe belasting op inverkeerstelling (BIV) aanpast, maar betreurt dat het nieuwe voorstel geen rekening houdt met de geleverde kritiek. Onder het mom van een vergroening worden dieselwagens goedkoper en zal de uitstoot van fijn stof vergroten. Net dat fijn stof is in Vlaanderen de voornaamste bedreiging van onze gezondheid.

 

pdf-versie persbericht

 

Het voorstel bestaat uit een variabele klimaatcomponent afhankelijk van de CO2-uitstoot en een beperkte vaste luchtcomponent op basis van de Euronorm. De invloed van de variabele CO2-component blijft zeer beperkt voor de meest verkochte wagens (tot 150 g CO2/km). Een fiscaal beleid dat het prijsverschil tussen kleine wagens en auto’s met zwaardere (diesel)motoren verkleint heeft nefaste gevolgen voor de luchtkwaliteit en volksgezondheid.

 

“Vooral de actieve weggebruikers, zoals de fietsers, zullen de nadelen ondervinden, zij ademen dit fijn stof in waardoor de positieve gezondheidseffecten van het fietsen afnemen,” stelt Roel De Cleen, beleidscoördinator bij de Fietsersbond. Europa heeft België en de gewesten al op het matje geroepen omwille van een falend fijnstofbeleid. Daarenboven blijkt uit onderzoek dat de vervuiling door dieselwagens in werkelijkheid veel groter is dan de officiële cijfers aangeven.

 

Binnenkort lanceert Vlaanderen ook een wegenvignet en wordt ook de jaarlijkse verkeersbelasting herzien. Het is noodzakelijk dat de Vlaanderen een globale fiscale strategierond automobiliteit uittekent. “Het is positief dat de Vlaamse Regering een fout wil herstellen, maar deze wijziging is ruimschoots onvoldoende,” concludeert Miguel Vertriest, beleidsmedewerker bij Komimo, “Je kunt verkeersfiscaliteit pas echt gaan vergroenen als je alle elementen in een samenhangend verhaal giet.”

Dezelfde bekommernis was ook terug te vinden in de adviezen van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) en de Mobiliteitsraad Vlaanderen (MORA).

 

Einde persbericht



De Belasting op de inverkeerstelling is een eenmalige belasting die een particulier betaalt bij de inschrijving van een nieuwe of een tweedehands wagen. Vlaanderen is hiervoor bevoegd sinds 1/1/11 en doet de inning sedert dit jaar ook zelf.

Het persbericht van de bevoegde ministers van Leefmilieu Joke Schauvliege en van Financiën Philippe Muyters laat uitschijnen dat dit een belangrijke stap is naar een globale vergroende autofiscaliteit.

De adviesraden wezen op enkele ongewenste effecten van de in juli voorgestelde formule. Daarom werd op voorstel van de ministers Schauvliege en Muyters een aantal parameters in de berekeningswijze aangepast.

De nieuwe formule is:

Door de zesde macht in de formule wordt de stijging van de BIV naargelang de CO2-uitstoot nog verder afgevlakt (in vergelijking met de vijfde macht in het vorig voorstel). Uit de grafiek (gele lijn = nieuw voorstel, blauwe lijn = voorstel juli) blijkt dat modale wagens met een CO2-uitstoot boven het gemiddelde (we streven naar een gemiddelde van 95 g CO2/km in 2020) nog goedkoper worden dan in het voorstel van juli. Voor de meest milieuvriendelijke wagens (<100 g CO2/km) is er zo goed als geen verschil.

Gezien de daling van BIV voor de meest verkochte modellen (ten opzichte van het voorstel van juli), lijkt het nog zeer de vraag of de budgetneutraliteit (wat een randvoorwaarde was voor het voorstel van juli) nog bewaard blijft.