Skip to Content

Nieuws

Half februari worden enkele nieuwe regels voor fietsers van kracht. Enerzijds wordt het rechtsaf (en rechtdoor) door rood ingevoerd en anderzijds krijgt ook de fietsstraat een plek in het verkeersreglement. De Fietsersbond is blij met deze regels omdat ze het fietsen aangenamer en efficiënter maken. Momenteel staan fietsers immers tot een vijfde van hun reistijd voor het rode licht, terwijl ze vaak zonder gevaar kunnen doorrijden.

Rechtsaf door rood

De Fietsersbond pleit voor een doordachte indeling van kruispunten met aangepaste voorzieningen en verkeerslichten voor fietsers. Het optimaliseren van de bestaande kruispunten en verkeerslichten is echter een werk van lange adem. De nieuwe verkeersborden maken het fietsen op korte termijn comfortabeler, maar dit is voor de Fietsersbond zeker geen eindpunt.

Zomaar overal door rood rijden, mag zeker niet. Twee nieuwe verkeersborden zullen kunnen aangeven dat een fietser bij een verkeerslicht naar rechts mag afslaan of rechtdoor mag rijden. Voorwaarde is dat de fietsers voorrang verlenen aan andere weggebruikers (waaronder voetgangers op het zebrapad) en dat ze geen verkeersstroom moeten kruisen.

Verkeerslichten zijn geïnstalleerd om het autoverkeer te regelen, maar gelden momenteel vaak ook onnodig voor fietsers. Daardoor staan fietsers soms tot een vijfde van hun reistijd te wachten voor het rode licht, terwijl ze op een veilige manier kunnen doorrijden.

In Nederland bestaat er een gelijkaardige regeling sinds 1990. Ook Duitsland en Frankrijk volgden hun voorbeeld. In geen enkele van die landen was er een toename van het aantal ongevallen vast te stellen. In de Verenigde Staten bestaat in een aantal staten zelfs een gelijkaardige regeling voor het autoverkeer. Als rechtsaf of rechtdoor door rood op een doordachte manier wordt ingevoerd, kan het perfect veilig.

Rechtsaf door rood: Wanneer het verkeersbord aangeeft dat de verkeerssituatie veilig genoeg is, mogen fietsers door het rode licht rechtsaf slaan. In de praktijk zal dit enkel het geval zijn wanneer er een fietspad en een minimum aan conflicten met voetgangers is.

 

 

 

 

Rechtdoor door rood: Wanneer fietsers geen enkele verkeersstroom moeten kruisen, bijvoorbeeld op een T-kruispunt, krijgen ze dankzij het nieuwe verkeersbord de mogelijkheid om aan het verkeerslicht door te rijden. Op zebrapaden behouden voetgangers uiteraard voorrang.

 

 

 

 

Wegbeheerders oordelen zelf op welke kruispunten de situatie veilig genoeg is en waar ze de nieuwe regeling zullen toepassen. Minister Crevits gaf aanvankelijk aan in de media dat ze rechtsaf door rood te gevaarlijk vindt op gewestwegen. In het Vlaams Parlement beloofde ze om de Vlaamse gewestwegen te bekijken en zelf een checklist met mogelijke situaties te overlopen en de gemeenten een tool aan te reiken om hier zelf goed mee te kunnen werken. Het zal dus vooral aan steden en gemeenten zijn om de regeling voor het eerst toe te passen.

 

Tekst Belgisch Staatsblad

 

Fietsstraat


In een onderzoek van Goudappel Coffeng naar ervaringen met fietsstraten in Nederland is een fietsstraat omschreven als: ‘Een straat binnen een verblijfsgebied die functioneert als belangrijke fietsverbinding en die door vormgeving en inrichting als zodanig herkenbaar is, maar waarop ook in beperkte mate autoverkeer voorkomt. Een belangrijk kenmerk van de fietsstraat is dat de positie van de auto ondergeschikt is aan die van de fiets’ (Andriesse, Rinkel e.a 2001).

Het toepassingsgebied voor een fietsstraat is in een stedelijke context, in een woonstraat met weinig en enkel lokaal autoverkeer, die bij voorkeur tegelijk een belangrijke fietsas is.

Een fietsstraat is een straat waar fietsers voorrang hebben op het gemotoriseerd verkeer. Ze mogen de hele breedte van de rijweg innemen en auto’s mogen fietsers niet inhalen.

Dankzij de nieuwe verkeersregels krijgt de fietsstraat een specifiek verkeersbord toegewezen en worden de regels opgenomen in de wetgeving.

Hoewel de term fietsstraat pas nu opgenomen wordt in het verkeersreglement heeft de stad Gent al 2 fietsstraten aangelegd, de Visserij en de Trekweg.

Verschillende steden en gemeenten waren al geïnteresseerd in dit nieuwe concept, maar wachtten de wijziging van het verkeersreglement af.

 

Tekst Belgisch Staatsblad




Na hoorzittingen in het Vlaams parlement stuurde de Vlaamse meerderheid de hervorming van de belasting op in verkeerstelling (BIV) bij. Ze voert een aanpassing door in de formule voor de berekening van de BIV zodat de werkelijke uitstoot van vervuilende stoffen door dieselwagens beter in rekening wordt gebracht. De nieuwe BIV zal de consument bij aankoop daardoor meer sturen richting zuinige benzine, hybride en elektrische wagens.

“Deze aanpassing is een verbetering omdat ze beter rekening houdt met wetenschappelijke bevindingen over de hoge uitstoot van stikstofoxiden door diesel wagens,” concludeert Mathias Bienstman van Bond Beter Leefmilieu in het persbericht. “De vernieuwde BIV zendt twee duidelijke signalen uit voor wie een nieuwe wagen wil kopen. Eén, kies voor een zuinige wagen met een lage CO2-uitstoot. Twee, kies bij een doorsnee stadswagen minder dan nu voor een diesel. De nieuwe BIV zal meer dan de oude op basis van fiscale PK’s bijdragen aan de vergroening van het wagenpark en een betere luchtkwaliteit in Vlaanderen.”

Toch is dit kunst- en vliegwerk van de Vlaamse meerderheidspartijen een veeg voorteken voor de komende hervorming van de verkeersbelasting.
De politieke beslissing wordt genomen zonder rekening te houden met de input van specialisten (wat het Vlaams Parlement wel deed tijdens de eerste hoorzitting 11/01/12) en van het middenveld (wat het Vlaams Parlement deed tijdens de hoorzitting 18/01/12). De verkeersbelasting (en het wegenvignet) dreigen in hetzelfde straatje te verzeilen. Het ontbreekt de Vlaamse Regering aan een duidelijke lange termijnvisie op mobiliteit en fiscaliteit.

Daarnaast laat de transparantie voor de burger (diegene die uiteindelijk de BIV zal moeten betalen) veel te wensen over. Eerst zou de maatregel op 1 januari 2012 ingaan, wat een stormloop veroorzaakte voor wagens die duurder zouden worden.
De inwerkingtreding van het bijgestelde decreet BIV is voorzien op 01/03/2012. Tot en met 30/04/2012 wordt de meest voordelige BIV-formule gehanteerd: deze op basis van de reeds bekend gemaakte formule in het ontwerpdecreet van de Vlaamse Regering, of de nieuwe op basis van de door het Vlaams Parlement goedgekeurde formule. Een knap staaltje wetgevend werk: “Dit amendement is een weloverwogen en evenwichtige keuze die inzet op het belang van verduurzaming en vergroening van de verkeersbelasting, maar daarnaast ook zorgt dat alles betaalbaar blijft voor gezinnen die een nieuwe of 2de handswagen aankopen. Het is dan ook geenszins een belastingverhoging,” besluiten  Smaers, Vandaele en Martens.

 

Het goedgekeurde ontwerpdecreet met onder andere de adviezen en de berekingsformule vindt u op de website van het Vlaams Parlement.




banner inspiratiedagOp woensdag 25 januari vond de inspiratiedag 'Uw gemeente duurzaam mobiel' plaats. Ruim 80 deelnemers kwamen opdagen in Muziekcentrum De Bijloke te Gent. Het voormiddagprogramma bestond uit drie boeiende lezingen. Kobe Boussauw (Ugent) had het over de invloed van ruimtelijke nabijheid op duurzaam verplaatsingsgedrag. Jolanda Van Oijen (XTNT) kwam vertellen over het belang van marketing en communicatie in duurzame mobiliteit. En tot slot informeerde Peter Staelens (Eurocities) de deelnemers over het Europese beleid en de mogelijkheden tot netwerking en financiële ondersteuning.

Tijdens de middag kon er met een broodje in de hand gesnuisterd worden in het aanbod van duurzame mobiliteit. Verschillende gespecialiseerde organisaties brachten de bezoekers wegwijs in de projecten en campagnes, tijdens de infobeurs. En dan was er keuze uit maar liefst 15 workshops die inpikten op verschillende thema's binnen lokale mobiliteit, vaak aan de hand van concrete projecten en goede voorbeelden. Afsluiten en napraten kon dan nog met een glas.

 

Presentaties lezingen

Hoe breng je duurzame mbiliteit aan de man bij de burger? (Jolanda Van Oijen, XTNT)

Wat kan Europa voor mobiliteit in uw gemeente betekenen? (Peter Staelens, Eurocities)


 




Splinternieuwe dieselwagens stoten in werkelijkheid drie maal meer stikstofoxiden (NOX) uit dan toegelaten volgens de euronormen. “De huidige Europese testcyclus faalt, want die geeft aan dat de nieuwe dieselvoertuigen voldoen aan de euronormen. Als je dieselwagens een realistisch parcours laat afleggen blijken ze een stuk slechter voor de luchtkwaliteit dan benzinewagens,” zegt Mathias Bienstman van Bond Beter Leefmilieu. “De federale en Vlaamse overheid moet daarom dringend dieselwagens minder aantrekkelijk maken. Zo verbeteren we de luchtkwaliteit en vermijden we een Europese boete waarvoor de Vlaamse belastingbetaler opdraait.”


In Vlaanderen halen we door de vele dieselvoertuigen de Europese normen voor de bescherming van de gezondheid voor NOX niet. We riskeren een veroordeling door Europa. “Het te veel aan dieselwagens in ons wagenpark is niet alleen dramatisch voor de luchtkwaliteit in Vlaanderen, ze riskeert ons een ook gepeperde rekening op te leveren. Europa houdt Vlaanderen in het vizier omwille van de hoge emissies voor stikstofoxiden,” vertelt expert Mathias Bienstman.

Euro 5 dieselwagens overschrijden NOX norm drie keer

Dieselwagens die momenteel op de markt komen, moeten voldoen aan de strenge Euro 5 normen voor emissies. De huidige testcyclus (NEDC), die nagaat of wagens beantwoorden aan de euronorm, faalt. Meer en meer recent wetenschappelijk onderzoek, onder andere van experts van de Europese Commissie, toont aan dat nieuwe dieselwagens in reële rijomstandigheden maar liefst drie keer meer vervuilende stoffen uitstoten dan de norm voorschrijft. Dat in tegenstelling tot benzinewagens die wel aan de norm beantwoorden.
 


Illustratie 1: normuitstoot (links) en reële NOX uitstoot van dieselwagens (rechts) Bron: Hausberger

 


Povere luchtkwaliteit door meer dieselwagens

In tegenstelling tot een breed gedeelde misvatting zijn het dus niet enkel oude dieselwagens of dieselwagens zonder roetfilter die veel vervuilen. Nee, moderne euro 5 dieselwagens met roetfilter hebben een NOX uitstoot die meer dan 10 maal hoger ligt dan die van gelijkaardige benzine wagens. NOX is toxisch en vormt mee ozon en fijn stof. Door de hoge uitstoot van stikstofoxiden en het abnormaal hoog aandeel dieselwagens in het Vlaamse wagenpark (73%), haalt Vlaanderen de Europese jaargrenswaarde voor NOX niet. Dieselvoertuigen zijn verantwoordelijk voor bijna 40% van de NOX-uitstoot in Vlaanderen. In de agglomeratie Antwerpen en in de meeste centrumsteden langs drukke wegen, wordt de maximale jaargrenswaarde voor gezondheid van 40 µg/m³ overschreden. De gevolgen voor de volksgezondheid zijn navenant. Stikstofoxiden, ozon en smog zorgen voor ademhalingsproblemen bij kinderen, ouderen en personen met aandoeningen aan de luchtwegen. De Vlaming verliest door de povere luchtkwaliteit gemiddeld één levensjaar.
 


Illustratie 2: overschrijding jaargrenswaarde NO2 (Bron: VMM)

 

Wie voor diesel kiest is op termijn mogelijk tweemaal de pineut

Omdat Vlaanderen de normen voor NOX niet haalt, diende het bij Europa een uitstelaanvraag in samen met een luchtkwaliteitsplan. In dat plan neemt de Vlaamse regering zich voor om de jaargrenswaarde te halen. Zo wil ze de samenstelling van het Vlaamse wagenpark in een aantal jaar drastisch omgooien, van 73% diesels nu naar 57% diesels in 2015. Het is echter nog niet duidelijk hoe Vlaanderen dat zal doen. Tijdens een recente hoorzitting in het Vlaams Parlement over de nieuwe Belasting op In Verkeerstelling (BIV) wezen experts van het VITO en de VUB er op dat de voorgestelde formule onterecht dieselwagens bevoordeelt. De formule gaat immers uit van de normuitstoot en niet van de werkelijke uitstoot voor NOX die 3 maal hoger ligt. Daardoor krijgen dieselwagens onterecht minder BIV aangerekend.
Mathias Bienstman: “Federaal en Vlaams beleid is nog steeds niet goed afgesteld op de bevinding dat te veel diesels in het wagenpark erg slecht is voor de luchtkwaliteit en het leefmilieu. Het Vlaams Parlement heeft nu gelukkig nog de kans om de meest recente wetenschappelijke bevindingen te verwerken in de nieuwe BIV. Zo heeft ze de middelen in handen om aan te sturen op een schoner wagenpark. ”




Je kunt het moeilijker slechter plannen. Net op de dag van het beleidscafé staakt de openbare sector. Even dachten we aan een complot van de vakbonden, maar blijkbaar was de staking niet tegen het beleidscafé gericht. Ondanks alles - we mikken nu eenmaal op een eerder treingericht publiek - kwam er toch nog wat volk opdagen en werd een boeiende discussie gevoerd.

Het thema voor het beleidscafé was fiscaliteit en mobiliteit. Niet verwonderlijk in deze dagen van moeilijke begrotingsonderhandelingen. Vallen er nog centen te rapen bij mobiliteit? Febiac berekende dat automobilisten zo’n 13 miljard euro per jaar afdragen aan de Belgische overheid (door BTW, accijnzen, belastingen en verkeersboetes) en concludeert daaruit dat de auto nu al een uitgeperste melkkoe is. Dat klopt misschien niet helemaal, want uit berekeningen van Transport and Mobility Leuven (TML) blijkt dat de totale externe kosten van autogebruik in België 21,33 miljard euro bedragen en dat is volgens hen 3 keer meer dan de fiscale opbrengsten van 6,67 miljard euro. Ook bedrijfswagens, die volgens een studie 4,1 miljard euro kosten aan de Belgische staat, kunnen aangeboord worden als extra inkomensbron voor de overheid.

Deel 1: Vlaamse verkeersfiscaliteit

Gebrek aan visie voor een Vlaamse verkeersfiscaliteit

Vlaanderen is sinds begin 2011 bevoegd voor een aantal fiscale maatregelen. Dit jaar werd de BIV uitgewerkt, normaal had die op 1 januari 2012 in werking moeten treden. Na vernietigende kritiek van mobiliteitsorganisaties, de autoconstructeurs en de Inspectie van Financiën, werd het voorstel bijgestuurd, maar de bijsturing kwam niet tegemoet aan de geleverde kritiek. Het Vlaams Parlement organiseert daarom een tweetal hoorzittingen en de invoering is alvast uitgesteld tot 1 maart 2012.

In de nabije toekomst staan nog een wegenvignet voor personenwagens, een kilometerheffing voor vrachtwagens en de verkeersbelasting op het programma. Gezien het hobbelige parcours van de BIV, is het duidelijk dat deze ook niet van een leien dakje zullen verlopen. Het grote knelpunt is dat Vlaanderen nog geen globale visie ontwikkeld heeft.

Het is menselijk om zo weinig mogelijk te willen betalen voor het bezit en gebruik van een auto. Er is dan ook veel weerstand om de kost voor automobiliteit te vergroten.

Door de belastingen die nu bestaan worden autobezitters ook aangemoedigd om die auto te gaan gebruiken. Vandaar is er een noodzaak aan een nieuwe reflex: een “teller” die loopt als je de auto gebruikt en die de gebruiker met de neus op de feiten drukt: ik betaal voor het gebruik. Voorlopig zijn accijnzen de enige disincentive voor autogebruik, maar die zijn alleen niet voldoende, gezien ze niet sturen op tijd en plaats.

Heffingen vs. belastingen

Historisch zijn belastingen niet opgevat als een sturend mechanisme, sturende belastingen zijn een vrij nieuw principe dat moeizaam zijn intrede vindt. Heffingen daarentegen zijn meer geschikt om te sturen, maar de betaler verwacht valoriseerbare tegenprestaties, in mobiliteitstermen: infrastructuur en capaciteit.

Om tot een goed niveau van heffingen en belastingen te komen moet je externe effecten gaan berekenen en toewijzen aan de bronnen. Zo kun je kosten gaan internaliseren en de opbrengst gebruiken om de kosten en schade te vergoeden. Vaak is het moeilijk om die externe effecten te gaan kwantificeren en op een transparante manier toe te wijzen aan de bronnen. Het voorbeeld dat ter sprake komt is de elektrische wagen, de impact op het milieu is kleiner, dus zou het minder erg zijn om er (meer) mee te rijden. Toch is de impact van een elektrische wagen op bijvoorbeeld ruimtegebruik even groot als een klassieke wagen en kun je die dus niet zomaar vrijstellen van alle belastingen of heffingen.

Daarnaast hebben belastingen nog een andere doelstelling, namelijk een maatschappelijke herverdeling. Is het maatschappelijk aanvaardbaar dat iemand die voldoende geld heeft om bijvoorbeeld een dure elektrische wagen te kopen kan genieten van subsidies en vrijstellingen, terwijl iemand die zijn aftandse wagen tot op de draad moet verslijten steeds meer moet betalen, onder meer om die subsidies voor elektrische wagens te betalen?

Er wordt een lans gebroken voor meer rationalisatie bij de gebruikers. Net als de bedrijven moet uitgegaan worden van TCO (Total Cost of Ownership): bij de aankoop van de wagen mag je niet enkel uitgaan van de aankoopprijs maar moet je rekening houden met het volledige kostenplaatje.

Op weg naar een conclusie

Belastingen op bezit zoals de BIV zijn nodig, maar ze moeten wel sturend zijn, en dat niet enkel op milieukenmerken, maar bijvoorbeeld ook op het ruimtegebruik. Heffingen moeten variabel zijn en gebaseerd op tijd en locatie. Knelpunt is dat de kostprijs voor de technologische implementatie te hoog is. In veel gevallen kan normering de nood aan heffingen vervangen en zelfs meer sturend werken. Een voorbeeld daarvan zijn de milieuzones.

Deel 2: fiscaliteit in het woon-werkverkeer

It’s the Catholics, stupid!

Om eens een urban legend van stal te halen: de katholieke kerk wilde zijn schapen zo dicht mogelijk bij de parochie houden en weg van de duivelse steden. Daarom werd na de 2e wereldoorlog een systeem van collectief bedrijfsvervoer opgestart. Dit systeem mondde uit in het huidige systeem van vergoedingen voor woon-werkverkeer.

Maar is dit ingeburgerde systeem wel zo logisch als het lijkt? De fiscale benadering van het woon-werkverkeer ‘verplicht’ de werkgevers om tussen te komen in de kosten voor het woon-werkverkeer. Voorbeelden daarvan zijn het fiscaal regime voor bedrijfswagens, de belastingvrije fietsvergoeding en de tussenkomst van 75% voor openbaar vervoer. Dit systeem van woon-werkvergoedingen is nergens zo uitgesproken als in België. Mede door de ruimtelijke ordening, de beperkte afstanden en het feit dat meeste Belgen eigenaar van hun woning zijn, gaat een Belg niet snel verhuizen voor zijn werk als in het buitenland het geval is. De hogere kostprijs van wonen in de stad en de goedkope mobiliteit, vooral voor woon-werkverkeer, leggen een zware hypotheek op het Belgisch mobiliteitssysteem. Daarenboven worden alternatieven zoals thuis of flexibel werken onderbenut. Door vergoedingen uit te keren op basis van afgelegde afstand wordt decentralisatie van tewerkstelling ontmoedigd, met nefaste gevolgen voor de spits (zowel op de weg als op het spoor) in Brussel en Antwerpen. Door een collectieve verantwoordelijkheid te individualiseren wordt het moeilijker voor het individu om rationele keuzes te gaan maken.

No, it’s the company car …

Niet alleen wordt er meer gereden met bedrijfswagens (20-30% meer kilometers), er wordt ook gevaarlijker gereden met een bedrijfswagen. De recente Beldam-studie beweert dat de “350.000 salariswagens de helft van de file uitmaken”. De bedrijfswagen wordt bovendien niet enkel gebruikt voor woon-werkverkeer (in sommige gevallen zelfs helemaal niet) en zo gaat de overheid het gebruik van de auto tijdens de vrije tijd gaan subsidiëren. Door het gebruiken van een bedrijfswagen gaat het prijssignaal naar de gebruiker volledig verloren, zeker voor mensen met een onbeperkte tankkaart.

In veel bedrijven is een bedrijfswagen synoniem voor een verbod op het gebruik van het openbaar vervoer, terwijl voor veel mensen het openbaar vervoer een logisch/rationele keuze zou zijn.

Moeten we dan bedrijfswagens gewoonweg afschaffen? Neen, voor bepaalde gebruikers (handelsvertegenwoordigers, techniekers, …) blijven ze noodzakelijk. Voor salariswagens is er een alternatief: het mobiliteitsbudget. In het mobiliteitsbudget wordt een deel van het extralegaal voordeel (zoals onbeperkte tankkaart of de grotere wagen) ingeruild voor een alternatief (het ov-abonnement of een plooifiets).

Eureka, het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget is enkel op korte termijn een alternatief voor de bedrijfswagen. Het is geen definitief antwoord op de problemen die de vergoedingen in het woon-werkverkeer veroorzaken voor ons mobiliteitssysteem.

Op lange termijn moeten we blijven streven om extralegale voordelen inzake mobiliteit (zoals de bedrijfswagen, maar ook andere vergoedingen) te gaan belasten als loon. Op die manier wordt er opnieuw een duidelijk prijssignaal gekoppeld aan de verplaatsing en worden de te zware lasten op het loon (een beetje) verminderd.