Vlaanderen heeft nood aan ruimte. Aan ademruimte.
Open ruimte is in Vlaanderen een schaars goed. Gezonde lucht ook. In geen enkele andere Europese regio liggen wegen, woonwijken en industrie zo kriskras door elkaar. Nergens is het wegennet zo dicht of is het tekort aan zuivere lucht, bossen, natuur en open landschappen zo nijpend. In geen enkele andere regio is de nood aan een weldoordachte ruimtelijke ordening zo groot.
Toch gaat de aanslag op de open ruimte in Vlaanderen onverminderd voort. Elke dag verdwijnt er 7,5 hectare open ruimte onder asfalt, steen en beton. Dat is de oppervlakte van 11 voetbalvelden. Dag in, dag uit.
Vlaanderen raakt niet geleerd. Nieuwe projecten, het ene al ambitieuzer dan het andere, verdringen mekaar om het licht te zien: nieuwe wegen, bredere ringwegen, grotere havens, groeiende luchthavens, bredere kanalen, extra bedrijventerreinen, bijkomende verkavelingen…
Omdat ook op bestuursvlak de versnippering heeft toegeslagen, lijkt niemand nog een kijk te hebben op het geheel. En zeker niet op de gevolgen voor mobiliteit, gezondheid en milieu. In veel van de nieuwe projecten liggen kiemen voor de milieu- en gezondheidsproblemen van de toekomst.
Wij zijn er van overtuigd dat een Vlaanderen welvarend, open en gezond kan zijn. Op voorwaarde dat het land niet wordt overgelaten aan projectontwikkelaars alleen. Daarom willen wij wijzen op risico’s en uidagingen waar we voor staan.
Laat ons land meer zijn dan de logistieke poort van Europa. Zowel omwille van economische als ecologische redenen. De voorbije decennia was de groei van onze havens gekoppeld aan de groei van onze industrie. En dus van onze welvaart. Vandaag staat groei van havens – als we niet opletten – voor toenemende containertrafiek: veel druk op milieu, gezondheid en open ruimte, in ruil voor weinig economische meerwaarde.
Het alternatief voor deze logistieke keuze bestaat: zet in op economische activiteiten die toenemende welvaart koppelen aan lagere milieudruk: help klassieke industrieën te innoveren en zich hier te verankeren, zet in op nieuwe eco-industrieën en –diensten, op doorgedreven energiebesparing en groene energieproductie. Bovendien is en blijft er in Vlaanderen plaats voor intelligente en duurzame transport en logistiek. Hierbij ligt de nadruk niet langer ligt op de rol van klein schakeltje in een wereldwijd containernetwerk, maar op het vervoeren van eigen productie en het bevoorraden van de eigen markt.
Stop het aansnijden van nog meer open ruimte, in de illusie het auto- en vrachtverkeer terug vlot te krijgen. Het heeft weinig zin om – zoals bij het behandelen van een hartinfarct – enkele overbruggingen te plaatsen, indien de eet- en leefgewoonten van de patiënt niet drastisch verbeteren.
Het andere mobiliteitsbeleid waar wij voor staan, sluit de kleine chirurgische ingrepen niet uit, maar zet de patiënt wel op dieet. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen heeft op een doordachte manier vastgelegd welke bijkomende wegverbredingen of verbindingen noodzakelijk waren. Tot zo ver kunnen wij volgen. Maar daar moet de betonhonger dan ook ophouden. Laat aan de vraag naar steeds meer wegen een einde komen.
Om de wegen te ontlasten moet de komende jaren gegrepen worden naar nieuwe en functionele instrumenten. We denken hier aan een slimme kilometerheffing voor vracht- en personenvervoer, gevarieerd naar milieuprestaties van de wagen, uur en plaats; het verlagen of variëren van de maximumsnelheid op de (auto)wegen; de aanleg van randstedelijke parkings, aansluitend op zeer performante stadsshuttles; het markeren van stedelijke autoluwe milieuzones in woonwijken; het versterken van het fietspadennetwerk; het moderniseren en uitbreiden van het openbaar vervoer en het aanleren en veralgemenen van eco-driving.
Maar zelfs deze stappen zullen niet volstaan indien er niet ingegrepen wordt aan de basis van het mobiliteitsdieet.
Daarom: grijp in aan de bron, daar waar verkeer gegenereerd wordt. Het is tijd om inzake inplanting van woningen en bedrijven en handelszaken, terug te grijpen naar de basis van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, en die zo nodig te versterken. Genereer geen nieuwe verkeersstromen, maar vermijd ze, bouw de behoefte af.
Ten slotte horen bij grote plannen ernstige Milieu-effectrapporten (Plan-MER). Rapporten die niet op maat van de projecten geschreven zijn, maar die werkelijk nagaan welke opties het best te verzoenen zijn met het milieu. Maak derhalve van MER’s geen vodjes papier. Herstel Milieu- en mobiliteitseffectenrapporten in ere.
Waak er over dat zij de reële effecten in kaart brengen. Gefundeerde keuzes vergen objectieve, wetenschappelijk onderbouwde rapporten, opgesteld in volle onafhankelijkheid en zonder politieke sturing. In de rapporten moet alle alternatieven ernstig worden afgewogen en alle partijen dienen tijdig bij de dialoog betrokken. Anders dreigt ook nog een democratisch deficit.
Dit manifest is een initiatief van meer dan 50organisaties en actiegroepen. Meer informatie: www.openruimteademruimte.be
Opiniestuk uit nieuwsbrief 2 jaargang 2009; auteur: Bond beter leefmilieu
- login of registreer om te reageren
-
