Recreatief verkeer is een miskend verplaatsingsmotief
Onderzoek naar vrijetijdsverkeer
Recreatief verkeer is een miskend verplaatsingsmotief
Uit de modal split voor het recreatief verkeer blijkt duidelijk dat de auto een dominante positie inneemt. Meer dan 60% van het aantal verplaatsingen en meer dan 70% van het aantal afgelegde kilometers wordt met de auto afgelegd. Klein lichtpuntje is dat recreatief verkeer duidelijk geen solitair gebeuren is: de gemiddelde bezettingsgraad ligt met 2,21 inzittenden per wagen bijna dubbel zo hoog als bij woon-werkverkeer.
Ongeveer een derde van alle gemaakte verplaatsingen is vrijetijdsverkeer, meer dan woon-werkverkeer, zakelijk verkeer en woon-schoolverkeer samen. Hoewel de meeste vrijetijdsverplaatsingen in het weekend gebeuren, is er ook op werkdagen heel wat recreatief verkeer, vooral tijdens de avondspits. Op dat ogenblik is vrijetijdsverkeer verantwoordelijk voor een kwart van de afgelegde afstand.
“De invloed van het vrijetijdsverkeer op de mobiliteitsproblematiek wordt door iedereen onderschat. Beleidsmaatregelen richten zich meestal op woon-werkverkeer en onderzoek naar de impact van recreatief verkeer gebeurt nauwelijks,” volgens Miguel Vertriest van Komimo.
Volgens de milieu- en mobiliteitsverenigingen verdient recreatief verkeer meer aandacht vanuit diverse beleidsdomeinen, de vervoersaanbieders en de toeristische sector. Duurzaam vrijetijdsverkeer is enkel mogelijk door een mix van maatregelen op maat van de bestemming.
Het volledige onderzoek, dat tot stand kwam in samenwerking met BBL, vindt u in bijlage en is beschikbaar op http://www.komimo.be/content/dossier-recreatief-verkeer
