Skip to Content

OVG 4.1: woon-werkverkeer

Het woon-werkverkeer (exclusief zakelijke verplaatsingen) is een van de belangrijkste verplaatsingsmotieven: ongeveer 15% van het aantal verplaatsingen en 20% van het aantal afgelegde kilometer. Gezien het merendeel van deze verplaatsingen tijdens de spits en met de auto gebeurt, is het ook een belangrijke oorzaak van congestie. De gemiddelde afstand van een woon-werkverplaatsing is 18,786 km, ongeveer 5 kilometer meer dan een gemiddelde verplaatsing.

De resultaten hieronder betreft enkel de beroepsactieve bevolking.

 

Modal split woon-werkverkeer

70% gaat met de auto naar het werk, daarvan is minder dan 3% passagier. Dat zien we ook terug in de gemiddelde bezettingsgraad van de auto voor het woon-werkverkeer: 1,04 mensen per wagen. Voor alle motieven samen ligt dat een stuk hoger: 1,80. In OVG3 was de bezettingsgraad voor woon-werkverkeer nog 1,20. Een belangrijk aandachtspunt!

Na de auto komt de fiets op de 2e plaats met 12%, ongeveer hetzelfde als trein, tram en bus samen.
De doelstelling van Pact2020, nl. 40% duurzame verplaatsingen (20% met de fiets en 20% met het openbaar vervoer), ligt dus nog veraf.

Afstand naar het werk

Een kwart woont op minder dan 5 km van het werk, de helft op minder dan 10 km. 8% werkt op meer dan 50 km. Dat er iets fout loopt in ons mobiliteitssysteem merk je aan de vaststelling dat een kwart van de mensen die op minder dan 1 kilometer van het werk woont, die verplaatsing toch met de auto doet. De anderen doen het gelukkig te voet (33%) of met de fiets (39%).

Bij verplaatsingen tot 5 km gebruikt de helft de wagen, 30% neemt de fiets en 9% gaat te voet naar het werk. Het openbaar vervoer (bus en tram, voor de trein is 5 km een te kleine afstand) haalt 5%.

Vanaf verplaatsingen van meer dan 30 km haalt de trein een marktaandeel van ongeveer een kwart. Dat wil zeggen dat de auto op die afstanden een aandeel van ongeveer drie kwart haalt (een verwaarloosbaar aantal gaat werken met door het bedrijf georganiseerd vervoer of de motorfiets).

Waarom de auto zo goed scoort voor woon-werkverkeer wordt gedeeltelijk verklaard door de eenvoud waarmee de auto kan geparkeerd worden: meer dan 90% vindt zonder probleem een parkeerplaats en meer dan 95% kan gratis parkeren.

Terug naar het overzicht