Skip to Content

Jaarverslagen “Lozingen in de lucht 1990-2008” – “Luchtkwaliteit 2008”

Uit de nieuwe rapporten van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat we steeds minder vervuilende stoffen lozen in de lucht. Voor heel wat stoffen is de uitstoot de voorbije achttien jaar ruim gehalveerd. Ook de uitstoot van de broeikasgassen daalt, voldoende om de Kyotodoelstelling te halen. Door de aanhoudende inspanningen om minder te lozen, is de luchtkwaliteit vorig jaar opnieuw verbeterd. Fijn stof blijft een probleem en het halen van enkele nieuwe toekomstige normen moet nauwlettend opgevolgd worden.

‘Lozingen in de lucht 1990-2008’
De Vlaamse Milieumaatschappij inventariseert wie wat loost in de lucht. Uit het jaarverslag “Lozingen in de lucht 1990–2008” blijkt dat aanzienlijk minder verontreinigende stoffen in de lucht geloosd worden dan in de beginjaren ‘90. Zo is de uitstoot van koolstofmonoxide (CO) en dioxines sinds 1990 respectievelijk met 53% en 91% gedaald. De emissies van fijn stof zijn ten opzichte van 1995 met de helft gedaald. Ook de verzurende emissie, verantwoordelijk voor de zgn. “zure regen”, is sinds 1990 gehalveerd. Dit is vooral te danken aan de dalende uitstoot van zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3).
De uitstoot van ozonvormende stoffen (voornamelijk stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen) is in diezelfde periode met 42% gedaald. Die uitstoot, hoofdzakelijk door verkeer en industrie, draagt bij tot de overschrijding van de ozondrempels op warme zomerdagen.
De ozonafbrekende emissies - verantwoordelijk voor het zgn. gat in de ozonlaag - zijn sinds 1995 ten gevolge van aanpassingen aan de reglementering met maar liefst 75% afgenomen.
De verminderde uitstoot van de voorbije jaren is o.m. te danken aan de overschakeling naar aardgas, minder steenkoolverbruik, het gebruik van fossiele brandstoffen met een lager zwavelgehalte, schommelingen in de productiecapaciteit en uiteraard ook de invoering van reductiemaatregelen.
De uitstoot van broeikasgassen is in de beschouwde periode gedaald tot 92% van de emissies in 1990. Wanneer uitsluitend gekeken wordt naar de sectoren die opgenomen zijn in de Kyoto-overeenkomst, dalen de emissies zelfs met 10,8%. Dit resultaat is vooral te danken aan een verminderde uitstoot van N2O (lachgas), CH4 (methaan) en de F-gassen. De CO2-uitstoot lag in 2008 nog 7% hoger dan in 1990. Toch zien we sinds 2005 ook hier een dalende trend. Het aandeel van het verkeer en de gebouwenverwarming neemt toe. Er worden wel meer auto’s met een lagere CO2-uitstoot verkocht maar het aantal voertuigen en de gereden afstand blijft toenemen.
 
‘Luchtkwaliteit in het Vlaamse gewest 2008’

Naast het inventariseren van wie wat loost in de lucht, meet de VMM de algemene luchtkwaliteit in Vlaanderen. Dankzij de talrijke inspanningen om minder vervuilende stoffen uit te stoten, is de concentratie van een aantal polluenten aanzienlijk gedaald. Dit geldt bijvoorbeeld voor zwaveldioxide en benzeen. Voor een aantal andere stoffen zoals stikstofoxiden, fijn stof en ozon is die verbetering minder uitgesproken. Voor die stoffen bestaat geen lineaire relatie tussen de uitstoot en de gemeten concentraties. Fijn stof kan ook in de atmosfeer gevormd worden door complexe chemische reacties tussen andere polluenten. Daarnaast zijn sommige bronnen moeilijk in kaart te brengen, zoals kachels en open haarden, en is er ook de grensoverschrijdende verontreiniging.

Huidige normen
De meetresultaten worden getoetst aan de Vlaamse en Europese normen. In 2008 werden voor de meeste stoffen de normen gerespecteerd. De jaargrenswaarde voor fijn stof werd gerespecteerd maar de daggrenswaarde werd wel nog overschreden op één derde van de meetposten. Toch is dit een verbetering ten opzichte van 2007. De gunstige weersomstandigheden spelen hier ongetwijfeld een rol.
Er was ook een kleine en beperkte overschrijding van de Europese grenswaarde voor zwaveldioxide in het Antwerps Havengebied en van de Europese grenswaarde voor lood in Beerse.
 
Toekomstige normen
De norm voor stikstofdioxide wordt strenger vanaf 1 januari 2010. De VMM verwacht dat het moeilijk zal zijn die norm te halen in de Antwerpse haven en op verkeersintensieve locaties. Het toenemend aantal dieselvoertuigen is hiervoor de hoofdverantwoordelijke.
De toekomstige streefwaarden voor nikkel, cadmium en arseen worden in de omgeving van de ferro- en non-ferro industrie overschreden. De probleemgebieden beperken zich tot Genk, Hoboken en Beerse. De nieuwe, strengere Europese normen voor deze zware metalen gaan in op 1 januari 2012.
2008 was een jaar met matige ozonoverlast maar de Europese langetermijndoelstellingen voor ozon worden nog bijna overal overschreden.
De saneringen van de non-ferrobedrijven werpen hun vruchten af op het vlak van dioxineverontreiniging: de deposities in Hoboken en Olen blijven laag. Er worden nog steeds te hoge PCB-waarden gemeten in de buurt van schrootverwerkende installaties.
 
Links

De rapporten “Lozingen in de lucht 1990-2008”“Luchtkwaliteit 2008” kun je lezen op de website van VMM.

Het KOMIMO-dossier lokale luchtkwaliteit.