Dossier: leenfietsen
- Iedereen mobiel |
- Villo |
- leenfiets |
- fietsverhuur |
- Fietsenwerk |
- fiets |
- blue-bike |
- bikey
Leenfietsen: onmisbare schakel in een multimodale mobiliteit
Leenfietsen waren de hype van de jaren 2000. Vlaanderen hinkt een beetje achterop maar het tweede decennium zal de invoering van heel wat leenfietssystemen zien. De opkomst van leenfietsen kan niet los gezien worden van de evolutie naar een toenemende intermodaliteit, met als voornaamste kenmerk de multimodale stationsomgeving. De leenfiets is de ontbrekende schakel in het deur-tot-deur-transport van het openbaar vervoer. Door de sterke link met het station is de leenfiets voor de pendelaar vaak een vorm van natransport.
Begin 2011 staan in Vlaanderen twee types leenfietssystemen in de steigers:
- Blue-bike, een fietsleensysteem gelinkt aan de fietspunten, gebaseerd op het systeem van de OV-fiets in Nederland. Vanaf mei 2011 zullen een 1.000-tal leenfietsen ter beschikking staan in een 40-tal stations. Lees ook: Blue-bike brengt je duurzaam op bestemming.
- Velo (vroeger gecommuniceerd onder de naam Bikey), de publieke fiets in Antwerpen. GAPA (het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen) zal tegen 9 juni 2011 in Antwerpen duizend publieke fietsen plaatsen. Dat zijn fietsen die gebruikers gratis mogen nemen voor korte verplaatsingen. Als het systeem succesvol blijkt, wordt dat aantal een jaar later opgetrokken tot 1.800.
Het systeem is eenvoudig. Een gebruiker moet zich eerst registreren bij het bedrijf Clear Channel dat door de stad is aangesteld om het systeem uit te baten. Een jaarabonnement kost 35 euro. Het gebruik van een fiets is het eerste half uur gratis. Daarna stijgt de prijs naarmate de fiets langer gebruikt wordt.
De stad Antwerpen en GAPA, het gemeentelijk parkeerbedrijf, mikken in het eerste jaar op 25.000 tot 30.000 gebruikers van het systeem. De publieke fietsen zullen allemaal de stadskleuren rood en wit krijgen. Het specifieke model zal goed herkenbaar zijn in het straatbeeld, zegt schepen Van Campenhout. Dat zal ook diefstal ontmoedigen. Reclame komt er niet op de fietsen, tenzij misschien van de stad zelf of haar partners.
Het hele systeem zou over een periode van tien jaar 27 miljoen euro kosten en zou gefinancierd worden door parkeergeld en de gebruikers van het systeem.
In tegenstelling tot Brussel of de Europese voorbeelden ligt het fietsbezit en fietsgebruik relatief hoog. Hierdoor zal de publieke fiets ook regelmatig gebruikt worden voor ritjes die je liever niet met de eigen fiets doet (bijvoorbeeld naar het station) of wanneer je fiets in reparatie is.
De leenfiets, een fiets met vele gezichten.
Naast de publieke fiets en de OV-fiets, bestaan er heel wat andere vormen: de huurfietsen van de fietspunten (huurperiode minimaal een halve dag), de studentenfiets (enkele maanden tot een jaar) en bedrijfsfietsen. Het voornaamste verschil met een publieke fiets is dat deze fietsen gedurende een langere periode ter beschikking blijft van de gebruiker. Vaak is die gebruiker beperkt tot een enkele doelgroep: de treinreiziger, de student, eigen werknemers, ...

bron: FIETSenWERK
De publieke fiets richt zich op kortere verplaatsingen, meestal binnen de stad. De leenperiode is daardoor beperkt en de gebruiker is enkel verantwoordelijk voor de fiets gedurende de leenperiode. De gebruiker dient zich dus geen zorgen te maken over diefstal van de fiets of het onderhoud ervan. We spreken van een netwerksysteem: binnen het "netwerk" (de stadszone) kun je op bepaalde plaatsen een publieke fiets vinden of achterlaten.
3 generaties leenfietsen
De Amsterdamse witte fiets, een gratis en slotloze fiets, wordt beschouwd als de allereerste vorm van leenfietsen. De tweede generatie was gebaseerd op het winkelkarretjessysteem (een muntstuk insteken om te ontsluiten), dit werd voor het eerst toegepast in Kopenhagen. De derde generatie werd mogelijk door technologische evoluties: nieuwe betaalmodaliteiten werden mogelijk (chipkaarten, abonnementen) en nieuwe veiligheidssystemen werden ingevoerd (gps). De beschikbaarheid van leenfietsen kun je per gsm bekijken.
Concurrentie: de plooifiets
Een andere evolutie, die wat parallel loopt met de ontwikkeling van de leenfiets is de plooifiets (of deelfiets), een andere vorm van deur-tot-deur-transport, die vooral in het voortransport concurrentiƫle voordelen heeft ten opzichte van de leenfiets. De Waalse openbaarvervoermaatschappij speelde hier op in met het Cyclotec-abonnement. De Lijn voerde in 2010 een haalbaarheidsonderzoek om te zien of een vergelijkbaar project kans op slagen heeft.

Voorbeelden van leenfietssystemen (hoofdzakelijk publieke fietsen)
Het gewest Brussel dat nochtans niet meteen bekend staat als fietsvriendelijk heeft al langer dan Vlaanderen een goed werkend systeem van publieke fietsen: Villo. Villo werd voorafgegaan door Cyclocity (beperkt tot de stad Brussel) maar werd onder impuls van de toenmalige minister van mobiliteit (Pascal Smet) uitgebreid naar het volledig gewest, dit ging weliswaar gepaard met de nodige problemen. De beschikbaarheid van fietsen laat soms nog te wensen over, deels het gevolg van het downhill-syndroom (gebruikers nemen graag de fiets bergaf, maar kiezen een andere modus bergop). Als antwoord kwamen de gebruikers met een Where's my Villo?-website.
In Europa bestaan heel wat verschillende leenfietssystemen (voorbeelden en indeling van verschillende systemen), we bekijken de voor- en nadelen van de verschillende systemen. Een overzichtje van systemen over heel de wereld vind je op The Bike-sharing Blog.
View The Bike-sharing World Map in a larger map Lees ook: het verslag van de studiedag fiets en openbaar vervoer.
- login of registreer om te reageren
