Skip to Content

Aardig-op-weg-week wil kinderen van de achterbank halen

Morgen start de Aardig-op-weg-week. Dit jaar mikt de campagne op kinderen en worden meer dan 400 acties georganiseerd tussen 16 en 22 september. De toenemende verkeersdrukte zorgt ervoor dat jonge kinderen minder snel zelfstandig mobiel worden. Ouders baren zich terecht zorgen om de verkeersveiligheid en verkiezen daarom meestal om hun kroost met de auto naar de school, jeugdbeweging of zwemclub te brengen.

Onderzoek naar verplaatsingsgedrag gezinnen

Komimo was benieuwd welke vervoerskeuzes ouders maken als het gaat om verplaatsingen naar school, opvang en vrijetijdsbestemmingen van de kinderen. We peilden ook naar het waarom van die vervoerskeuzes en of het mobiliteitsaanbod daar een invloed op heeft. Tijdens de voorbije zomer vulden 200 gezinnen met inwonende kinderen, jonger dan 18 jaar, de mobiliteitsenquĂȘte van Komimo in.

Verkeersonveiligheid en het sociaal onveiligheidsgevoel zijn de belangrijkste oorzaken voor de verminderde zelfstandige mobiliteit van jongeren. Nochtans stimuleert veel en regelmatig bewegen op jonge leeftijd de motorische ontwikkeling van het kind. Dit heeft een gunstige invloed op de fysieke conditie (belangrijk in de strijd tegen obesitas) en resulteert in een verminderde kwetsbaarheid in het verkeer.

De fiets is een populair vervoermiddel voor gezinnen met kinderen

Veel ouders kiezen pas voor een duurzaam alternatief als ze niet over een (tweede) wagen beschikken of wanneer de bestemming over onvoldoende parkeermogelijkheden beschikt. Redenen om voor de auto te kiezen zijn een te grote afstand, de bagage die moet vervoerd worden en wanneer de verplaatsing met het kind deel uitmaakt van een ketenverplaatsing.

Meer dan de helft van de gezinnen beschikt over een bushalte op wandelafstand die bediend wordt door een bruikbare buslijn. Toch laat maar een op tien van de ouders hun kinderen toe om dagelijks zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. Amper 1% van de ouders vergezelt frequent zijn kroost op bus of tram om ze aan te leren zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. Enkel in heel stedelijke omgeving wordt de bus als valabel alternatief aanvaard. Een gebrekkig aanbod is niet het voornaamste argument om niet voor het openbaar vervoer te kiezen. Zowel voor trein als bus-tram-metro is de dekking in Vlaanderen erg groot. Het openbaar vervoer kampt echter met een imagoprobleem: de bus is overvol, vuil, lawaaierig en sociaal onveilig.

De fiets is heel wat populairder als vervoermiddel: ongeveer de helft van de ouders kiest dagelijks voor de fiets en meer dan 90% gebruikt de fiets nu en dan. De jongste kinderen worden in een fietsstoeltje of fietskar op hun bestemming gebracht. Als de kinderen wat ouder zijn, fietsen ze met begeleiding van hun ouders en eenmaal de ouders er voldoende vertrouwen in hebben, mogen de kinderen zelfstandig fietsen.

Lees het volledige onderzoek hier.